Onze kleine stadstuin is door de jaren heen geëvolueerd van een grotendeels met gras bedekte tuin tot een biodiverse oase die bruist van het leven. Daar zijn we best trots op.
Het gazon maakte plaats voor een gevarieerde mix van kruiden, bloembollen, vaste planten en struiken die verspreid over de seizoenen bloeien. Elke plantensoort werd bewust gekozen om insecten, vogels en andere dieren aan te trekken. En dat merk je zodra je de tuin binnenstapt: overal is leven en er valt altijd wel iets te ontdekken en te fotograferen. Niet toevallig is hier onze passie voor macrofotografie ontstaan.
Ook houden we zorgvuldig bij welke soorten onze tuin bezoeken. Door de jaren heen groeide die lijst uit tot een indrukwekkend overzicht, met zelfs enkele zeldzame waarnemingen zoals de slanke kegelbij en de kweldergifoogdaas.
Ondanks zijn beperkte oppervlakte vervult onze tuin een waardevolle ecologische rol. Nectar- en stuifmeelrijke bloemen bieden voedsel aan tal van insecten, terwijl de rijk gevulde voedertafel het hele jaar door vogels aantrekt. Zo vormt dit kleine stukje natuur een belangrijke schakel in de lokale biodiversiteit.
Verticaal groen
Onze tuin kunnen we jammer genoeg niet groter maken dan hij is. Daarom benutten we ook de hoogte. Langs de tuinschermen groeit een gevarieerde mix van bergbosrank (Clematis Montana) en wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum). De bloemen en de bessen zijn een belangrijke voedselbron voor insecten, terwijl de dichte begroeiing beschutting biedt aan kleine zangvogels.
Tussen de klimplanten hangen bovendien nestkasten, die vogels een geschikte broedgelegenheid bieden. Buiten het broedseizoen dienen ze ook als veilige schuilplaats tijdens koude winterdagen.
Vanaf eind april verrast de bergbosrank ons met een uitbundige wolk van zachtroze bloemen. Bijen, hommels en zweefvliegen maken er dankbaar gebruik van als rijke bron van nectar. Later in het seizoen neemt de wilde kamperfoelie het over. Haar heerlijk zoet geurende bloemen oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op nachtvlinders, die er in de schemering en 's nachts nectar komen verzamelen.
Een kleine waterpartij
Diverse biotopen en structuren zorgen voor een grotere variatie aan leven in de tuin. Zelfs een kleine waterpartij kan daarbij een verrassend grote impact hebben. Ook op een beperkte oppervlakte is het perfect mogelijk om een waardevol waterelement te integreren.
Naast verschillende waterschaaltjes en onze kikkerfontein, waar vogels en insecten dankbaar gebruik van maken, hebben we ook een kleine vijver aangelegd. Met een diepte van ongeveer 50 cm en een oppervlakte van slechts 1 bij 1,5 meter is hij bescheiden van formaat, maar de hoeveelheid leven die hij aantrekt is indrukwekkend.
Verschillende soorten waterjuffers, zoals de vuurjuffer, azuurjuffer en het lantaarntje, maar ook libellen gebruiken de vijver om hun eitjes af te zetten. Wespen komen er hun dorst lessen en vogels van allerlei pluimage komen er drinken, badderen en zich verzorgen. Zo bewijst ook dit kleine stukje water dat elke vierkante meter kan bijdragen aan meer biodiversiteit. Ook in en op het water zelf bruist het van het leven. Diverse soorten waterkevers, slakken, wantsen en talloze microscopisch kleine organismen dragen bij aan het evenwicht in de vijver en helpen mee om het water gezond te houden.
Natuurlijke verkoeling
Het grootste aantrekkingspunt voor leven in onze tuin is zonder twijfel onze boom. Onze sierappel (Malus ‘Red Sentinel’) ondersteunt een klein maar rijk ecosysteem. Niet alleen lokken de bloesems in het voorjaar tal van hommels, bijen en zweefvliegen, ook vogels vinden er beschutting en profiteren in de winter van de appeltjes als natuurlijke voedselbron. 's Winters hebben we al bezoek gekregen van een kramsvogel, koperwieken, maar ook zwartkop en heel wat merels zijn gek op de appeltjes.
Daarnaast bieden de korstmossen die op de takken groeien een extra stukje biodiversiteit. De boom vervult ook een praktische functie: hij zorgt voor verkoelende schaduw voor onze kippen in de kippenren en draagt zo bij aan een aangenaam leefklimaat in de tuin.
Onkruid of wilde planten
Wanneer we de natuur de ruimte geven, verschijnen er vanzelf allerlei wilde planten in onze tuin. Naast de aangeplante soorten laten we bewust ook een deel van deze spontane groeiers staan. Het resultaat verandert elk jaar: de ene zomer genieten we van een zee van klaprozen, terwijl een ander jaar Sint-Jacobskruiskruid of kaasjeskruid de tuin siert.
Ook soorten zoals robertskruid, paardenbloem, wilde cichorei, koninginnekruid, brandnetel, morgenster en stinkende gouwe krijgen bij ons de kans om – weliswaar gecontroleerd – hun plek in te nemen. Deze planten worden vaak ten onrechte als onkruid beschouwd, terwijl ze bijzonder waardevol zijn voor de biodiversiteit. Ze zijn niet alleen mooi om naar te kijken, maar bieden ook voedsel en leefruimte aan tal van dieren. Bovendien zijn verschillende soorten eetbaar.
De brandnetel is bijvoorbeeld een belangrijke waardplant voor vlinders zoals de gehakkelde aurelia en de atalanta. Zo bewijzen ook deze vaak onderschatte planten hun grote ecologische waarde.
Blijf ons volgen voor nog meer praktische tips en inspiratie om ook jouw tuin om te vormen tot een bruisende plek vol leven.
Reactie plaatsen
Reacties